Ekaterina

Oezbekistan

Dit is
Ekaterina Levental (1980)

Vaderland
Oezbekistan

In Nederland sinds
1993

Amsterdam
2,5 jaren

Woont in
Watergraafsmeer

Beroep
Zangeres en harpist

Mist
Geuren: 'De ochtend in Oezbekistan ruikt naar water, bloemen, aarde en bos.'

Wil altijd nog
Een verhalenbundel schrijven

Oezbekistan in Amsterdam
De enorme bomen in de Watergraafsmeer.

 Mooiste plek
Ik houd heel erg van de kade langs het water als je van het Centraal Station richting Oost fietst, met uitkijk op het moderne Noord. Dan zie ik het perspectief van Oud en Nieuw Amsterdam.’

‘Zeventien jaar geleden vluchtte ik als zestienjarig meisje naar Nederland. Ik was half kind nog, maar mijn herinneringen over de vluchtperiode zijn nog heel sterk. Ik heb alle emoties onlangs herbeleefd, omdat ik samen met mijn man een theatervoorstelling genaamd De Weg hierover heb gemaakt. Ik speel harp en vertel in zeventig minuten mijn levensverhaal.

Dat verhaal begint in Oezbekistan, in een periode dat antisemitisme door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de daarmee gepaard gaande armoede escaleerde. Opeens moest ik letterlijk laten zien dat ik Joods was. Op schoolboeken stond er achter mijn naam: Joods. En bij een klasgenootje bijvoorbeeld: Oezbeeks. In eerste instantie gingen we naar Israël. Maar ook hier werden we gediscrimineerd omdat mijn stiefvader niet Joods was. Hij en mijn vier broertjes hebben zijn naam: Ivanov. Bepaald geen Joodse naam, maar een duidelijk Russische naam. We besloten naar Amsterdam te gaan. Mijn vader dacht: “Amsterdam is tolerant, daar zijn we als gemengd gezin vast welkom.” In Amsterdam moesten we ons melden op het politiebureau. Een klein bureautje op de Wallen. Mijn broertje was de prijzen in de snoepautomaat aan het vergelijken met die van Oezbekistan: “Hee, een Snickers is hier goedkoper”, zei hij. En één van de agenten knielde en vroeg of wij honger hadden. Dat was zo’n menselijk ontvangst, dat had ik niet eerder meegemaakt.

Die nacht zijn we met deze aardige agenten meegereden naar Gilze-Rijen waar ons eerste opvangadres was. Mijn moeder was zwanger en had een slapend kind in haar armen, en een vrouw in de opvang nam mijn slapende broertje van mijn moeder over zodat zij haar handen vrij had. Dit woordeloze contact vond ik zo ontroerend. Net als het feit dat ik even later met zes schone pakketten beddengoed met bloemetjes erop in mijn handen stond. Ik werd daar heel blij van. We waren welkom.

Daarna volgden nog vele opvangadressen en jaren van wachten op een verblijfsvergunning. Ik had het geluk dat ik aangenomen werd op het Conservatorium als harpiste. Ik ontmoette mijn vriend die in Amsterdam woonde en zodoende kwam ik ook hier terecht. Ik vind Amsterdam fantastisch! Door de toegankelijkheid, het mondiale en omdat Amsterdam heel menselijk is. Vorig jaar ben ik voor het eerst teruggeweest naar Oezbekistan en ik vond het bijzonder om mijn verleden aan te raken, maar wat mij betreft blijf ik in Amsterdam wonen.’

32 Amsterdammers hebben de Oezbeekse nationaliteit

180Nationalities.TextByStorySupply

Ontdek andere verhalen